Factsheet toestand en ecologische sleutelfactoren (DIPS)

Hoofdlijnen

Beschrijving van het gebied en watersysteem op hoofdlijnen

De Spiegelplas is een diepe (tot 35 meter) en heldere plas met waterrecreatie, ontstaan als gevolg van zandwinning. De plas ligt in de gemeente Wijdemeren. Het gebied is belangrijk voor watervegetaties die horen bij diepe plassen en voor water- en moerasvogels. Het waterschap houdt het water in de plas op een vast peil met behulp van stuwen en pompen. Voor het peil beheer is in de zomer nodig om gebiedsvreemd water in te laten vanuit de Vecht.
Spiegelplas (NL11_3_6) heeft watertype “matig grote diepe gebufferde meren” (M20) en het wateroppervlak van het waterlichaam is 255 hectare.
Het waterlichaam bestaat uit de deelgebieden:
3200-EAG-1 (Spiegelpolder, Spiegel- en Blijkpolderplas)
Het waterlichaam ligt in de provincie(s) Noord-Holland en gemeente(n) Wijdemeren. Het waterlichaam Spiegelplas heeft de status Natura2000-gebied, KRW waterlichaam en zwemwaterlocatie en is in eigendom van Natuurmonumenten.

Ligging en beeld

Het ecosysteem ziet eruit als onderstaand beeld

Ligging waterlichaam

Ligging deelgebieden

Toestand

Ecologische analyse op hoofdlijnen

De doelen
Het KRW-doel is het realiseren van een goede ecologische toestand voor Matig grote, diepe gebufferde meren (M20), met scores voor fytoplankton, macrofauna, waterflora en vis in het groen. De Natura2000-doelen zijn gericht op uitbreiding van de oppervlakte en kwaliteitsverbetering van de typen ‘kranswiervegetaties’ en de ‘meren met Krabbenscheer en Fonteinkruiden’. Ook is het gebied belangrijk voor verschillende soorten moeras- en watervogels, onder andere de Zwarte Stern en de Grote Karekiet. Daarvoor is voldoende oppervlakte Krabbenscheer nodig (voor Zwarte Stern) en stevig waterriet (voor Grote Karekiet). Het doel is deze zones te herstellen en uit te breiden.

De huidige toestand vergeleken met de doelen –ontoereikend
De toestand in Spiegelplas (zwarte lijnen in de figuur hiernaast) is ontoereikend. Het biologische kwaliteitselement met het laagste oordeel is Ov. waterflora. De slechts scorende deelmaatlat van dit kwaliteitselement is Soortensamenstelling macrofyten.

De toestand van de waternatuur is de afgelopen jaren achteruit gegaan. De achteruitgang is met name toe te schrijven aan de emerse planten en de soortensamenstelling van onderwaterplanten. De vestigingsdiepte van waterplanten is echter gelijk gebleven, waardoor deze trend niet duidelijk terug te zien is in de scores op de maatlat Waterflora. De score op de maatlat Fytoplankton vertoont geen trend. De score op de maatlat Waterflora vertoont een negatieve trend (-0.09 ekr per planperiode tussen 2006 en 2019). De score op de maatlat Macrofauna vertoont een positieve trend (0.1 ekr per planperiode tussen 2006 en 2019). De score op de maatlat Vis vertoont een negatieve trend (-0.09 ekr per planperiode tussen 2006 en 2019). Deze trend is gebaseerd op twee meetjaren. Hoewel fosforconcentraties toenemen (achteruitgang), laat de pH een dalende trend zien (vooruitgang) gedurende de afgelopen 10 jaar.

Oorzaken op hoofdlijnen
De oorzaak van de matige kwaliteit is de hoge voedselrijkdom van het waterlichaam. Uit de analyse blijkt dat de Spiegelplas op dit moment nog helder is, maar een zeer hoge fosfaatbelasting heeft. Deze is afkomstig van inlaatwater (de Vecht), afstromend water vanuit het landbouwgebied in de naastgelegen Spiegelpolder, stedelijk gebied van Nederhorst den Berg en lozingen vanuit de recreatievaart. Een grote hoeveelheid quagga-mosselen filtert het water en dat verklaart de helderheid. De plas is aan het ‘opladen’ en de verwachting is dat het water in de komende jaren zal omslaan van helder naar troebel.

Maatregelen op hoofdlijnen
De maatregelen zijn vooral gericht op het verlagen van de fosforbelasting vanuit de verschillende bronnen. Zo zal het inlaatwater gedefosfateerd worden, ook het landbouwwater vanuit de Spiegelpolder zal via deze defosfatering gaan stromen. Er komt een milieuservicepunt om afvalwater vanuit de recreatievaart te kunnen innemen en er komt een onderzoek naar de mogelijkheid om het stedelijk water vanuit Nederhorst den Berg te kunnen afkoppelen van de plas. Natuurmonumenten neemt ook maatregelen, zoals het kappen van bomen en natuurvriendelijke inrichting van oevers.

Toestand

Huidige toestand vergeleken met doelen. De achtergrondkleuren in het figuur staan voor de klasseindeling van het huidige doel. Wanneer de zwarte streep over de groene achtergrondkleur (GEP) valt is het doel gehaald.

Huidige toestand vergeleken met doelen. De achtergrondkleuren in het figuur staan voor de klasseindeling van het huidige doel. Wanneer de zwarte streep over de groene achtergrondkleur (GEP) valt is het doel gehaald.

Ecologische sleutelfactoren

Ecologische sleutelfactoren

esficon Productiviteit water vormt een probleem. Het overheersende probleem voor de natuur in de Spiegelplas is de hoeveelheid voedingsstoffen, met name fosfaat, die het gebied binnenkomt. Diepe plassen zijn hiervoor zeer gevoelig. De belangrijkste bronnen van fosfaat in de Spiegelplas zijn: het water vanuit het land dat aan de plas grenst, de inlaat uit de Blijkpolder en de inlaat vanuit de Vecht, via de Zanderijsluis. Dat de plas nog steeds helder is komt door een enorme hoeveelheid quagga-mosselen in de plas: naar schatting ca. 11 miljard. Zij filteren de algen uit het water. Toch loopt de Spiegelplas een groot risico om binnenkort ‘om te slaan’ van helder naar troebel. Het is niet duidelijk hoe lang de mosselen de algen nog ‘aankunnen’. Zeker omdat er in slib in de luwte aan de westzijde, in de jachthavens en in de diepe delen van de plas veel voedingsstoffen zitten die naar verwachting vrij gaan komen.
esficon Lichtklimaat vormt een probleem. Op grote delen van het begroeibaar areaal is de bedekking met ondergedoken waterplanten laag. De biodiversiteit van waterplanten is laag in de Spiegelplas, omdat veel korstvormige algen (perifyton) die op planten groeien het lichtklimaat voor waterplanten belemmeren. In het water zelf zijn weinig algen en het doorzicht is groot in de plas (er valt meer dan 4% licht op de waterbodem). De pH is hoog (lage zuurgraad ) in de plas en het bicarbonaatgehalte is vrij laag (122 mg/l): dit indiceert een hoge primaire productie. Deze productie komt niet door zwevende algen, maar door korstvormige algen op de waterbodem en waterplanten.
esficon Productiviteit bodem vormt lokaal een probleem. In diepere delen van de plas is de waterbodem voedselrijk, maar in de ondiepe zone is de voedselrijkdom van de bodem op veel plekken laag en vormt de waterbodem geen aanleiding om woekerende waterplanten te verwachten. Alleen plaatselijk in het westen van de plas komen woekerende planten voor (waterpest) en is de waterbodem te voedselrijk.
esficon Habitatgeschiktheid vormt een probleem: in de Spiegelplas is er weinig rietvegetatie door weinig onderhoud aan de oevers. Daardoor is er veel boomopslag. Dit geeft veel bladval en beschaduwing en daardoor groeit het riet niet goed. Bij weinig riet treedt makkelijk oevererosie op en ontbreekt een belangrijke habitat voor fauna. Macrofauna scoort wel goed op de KRW maatlat, maar de emerse vegetatiebedekking neemt mogelijk af. Door de hoge productie van perifyton en woekerende planten blijft er te weinig koolstof over voor planten van schoon water, zoals kranswieren.
esficon Verspreiding vormt een probleem. Kwabaal (een zeldzame visssoort) is verdwenen. Er wordt weinig schieraal (geslachtsrijpe aal) gevangen in de plas (0.5 kg/ha in 2006, in 2012 nog minder). Gemaal Spiegelpolder vormt een bedreiging voor uittrekkende vis, in het bijzonder voor de volwassen aal die naar zee wil trekken. Een deel van de aal en overige vis overleeft het gemaal niet. Voor verspreiding van andere soorten is verbinding tussen Spiegelplas en boezem of Ankeveen niet noodzakelijk. De gebieden zijn voldoende groot voor stabiele populaties.
esficon Verwijdering vormt een probleem. Er zijn sporen van vraat en onvoldoende ontwikkelde emerse vegetatie. Ganzen en meerkoeten zitten herstel in de weg.
esficon Organische belasting vormt geen probleem.
esficon Toxiciteit vormt geen probleem. De Spiegelplas is geen risicogebied voor lozingen, alleen vanuit de scheepvaart.

Bron

Deze factsheet is gebaseerd op de KRW toetsing aan (maatlatten 2018) uit 2019, begrenzing waterlichamen 2015-2021, hydrobiologische data 2006-2018 en conceptmaatregelen en doelen voor SGBP3 en WGP Noordelijke Vechtplassen (2019).

Maatregelen (R)

SGBP 1 en 2 maatregelen die (deels) zijn uitgevoerd

SGBP 1 en 2 maatregelen in planvorming

SGBP 1 en 2 maatregelen die zijn gefaseerd

SGBP 1 en 2 maatregelen die zijn ingetrokken of vervangen

Nieuwe maatregelen voor SGBP3 tov totaal aantal maatregelen

Maatregelen

ESFoordeel SGBPPeriode Naam Toelichting BeoogdInitiatiefnemer UitvoeringIn
esficon SGBP3 2021-2027 Afkoppelen van Blijkpolder en stedelijk gebied Er komt 5x zoveel fosfor uit het stedelijk gebied dan er wordt ingelaten: door bladval, foutaansluitingen en hondenpoep. Gemeente Wijdemeren kan bronmaatregelen nemen. Afkoppelen en afvoeren van stedelijk gebied Blijkpolder, samen met stedelijk gebied Horn- en Kuijerpolder, richting de Vecht is aanvullende mogelijkheid. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Defosfateren van het inlaatwater Deze maatregel is vastgesteld in watergebiedsplan Noordelijke Vechtplassen. Het inlaatwater uit de Vecht, dat nodig is om de plas op peil te houden, wordt gedefosfateerd voordat het in de plas terecht komt. Hiervoor wordt in de buurt van de sluis een nieuwe defosfateringsinstallatie gebouwd. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Lozingen uit ongerioleerde panden opheffen Langs het Googhpad staan nog enkele ongerioleerde woningen. Om ongezuiverde lozing van afvalwater op de plas te stoppen, moeten deze woningen op de riolering aangesloten worden of moet het afvalwater naar het milieuservicepunt getransporteerd worden. Deze maatregel staat in het Gemeentelijk Rioleringsplan van gemeente Wijdemeren. Gemeente Wijdemeren 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Milieuservicepunt inrichten voor pleziervaart Deze maatregel is vastgesteld in het watergebiedsplan Noordelijke Vechtplassen en moet ongezuiverde lozingen vanuit de recreatievaart voorkomen. Controle op lozingen vanuit de recreatievaart is ook gewenst. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Omleiden waterstromen: Afvoer van water uit de Spiegelpolder loopt via de defosfatering Deze maatregel is vastgesteld in het watergebiedsplan Noordelijke Vechtplassen. Nu gaat dit water nog ongezuiverd naar de plas; na aanleg van een fosfaatfilter via het filter. Hiervoor moet het betreffende deel van de polder worden geïsoleerd van de plas met een reeks dammen en moet een verbinding met het filter worden gegraven. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Vastleggen van geboden en verboden in KEUR en beheer en onderhoudsplan Het is niet wenselijk dat grote delen van de plas worden gemaaid. De Keur laat gebiedsgericht minder frequent onderhouden toe. Implementatie gebeurt in bestuurlijk vast te stellen uitvoeringsprogramma’s onderhoud. Daarin moet tenminste aandacht worden gegeven aan een maximum areaal dat gemaaid mag worden in de ondiepe zones, het voorkomen van overkluizing en beschoeiing en het verwijderen van overhangend groen. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Maatregelen in de landbouw om nutriëntenbelasting op de waterlichamen te beperken Aan deze maatregel wordt uitvoering gegeven via Agrarisch waterbeheer en Waterdiepte op maat. De maatregel is relevant voor dit waterlichaam, omdat agrarische percelen uit de Spiegelpolder naar de plas afwateren (al dan niet via een zuivering). Precisiebemesting, bodemverbetering en routemaatregelen (bufferzone) zijn maatregelen die opgenomen zijn in agrarische beheerpakketten, investeringssubsidies. We gaan samen met de landbouw een nieuwe stimuleringsregeling voor bovenwettelijke maatregelen nutriënten faciliteren. Vrijwillige maatregelen worden geagendeerd door een watermakelaar en gepresenteerd in studieclubs. Op https://maatregelen-op-de-kaart.nmi-agro.nl/ kan per perceel worden opgezocht welke maatregelen het best uitvoerbaar en nuttigst zijn. Wij zijn regionaal uitgegaan van de goede landbouwpraktijk (GLP) in 2027. De uitworp uit een landbouwpolder neemt daardoor 10% af, voor een belangrijk deel door een grotere retentie door een grotere waterdiepte (meer slootonderhoud) en een afname van meststofverliezen. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP3 2021-2027 Kleinere maximumhoeveelheid toestaan voor het onttrekken van water oppervlaktewater Nabij diepe plassen en kleine ondiepe plassen willen we ontrekkingen zoveel mogelijk voorkomen, door een alternatieve locatie te zoeken in een ander peilvak. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2021-2027
SGBP2 2015-2021 Maatregelen landbouw om nutrientenbelasting op de waterlichamen te beperken fase 1 Deze maatregel wordt uitgevoerd in meerdere waterlichamen: Amstellandboezem, Vaarten Ronde Hoep, Vaarten Groot Mijdrecht, Bovenkerkerpolder, Noorderlegmeer, Groot Wilnis-Vinkeveen Zuid, Polder Demmerik, Vaarten Zevenhoven, Tussenboezem Vinkeveen a, Mijdrechtse Bovenlanden, Vinkeveense Plassen, Vecht, Vaarten Vechtstreek, Stichts Ankeveense Plassen, Kortenhoefse Plassen, Spiegelplas, Wijde Blik, Loosdrechtse Plassen, Ster en Zodden, Maarsseveense Zodden en omgeving, Molenpolder en Westbroek Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2015-2021
Niet opgenomen in SGBP Onderzoek: verminderen fosforbelasting vanuit stedelijk gebied Nederhorst den Berg Er komt 5x zoveel fosfor uit het stedelijk gebied dan er wordt ingelaten: in dit onderzoek wordt uitgezocht welke bronnen dit veroorzaken. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2015-2021
esficon SGBP3 2021-2027 Intensivering van rietbeheer langs de oevers van plassen Natuurmonumenten Het gaat hier om zowel eenmalige aanpassingen als om structurele intensivering van het onderhoud. Eenmalig is nodig: oevers beschermen tegen graas, bomen verwijderen en afvoeren en infrastructuur aanleggen om intensiever onderhoud mogelijk te maken. Structureel is intensivering van beheer en onderhoud nodig, zodat opschietend hout tijdig wordt verwijderd en afgevoerd; hiervoor is een structurele uitbreiding van SNL-gelden nodig. Bomen die onderdeel van het landschap zijn, hoeven niet verwijderd te worden. We stemmen af met Natuurmonumenten hoe deze maatregel opgepakt kan worden. Natuurmonumenten 2021-2027
SGBP2 2015-2021 Aanleggen natuurvriendelijke oevers Ingetrokken omdat hiervoor landbouwgrond in natuur moet worden omgezet, wat strijdig is met afspraken daaromtrent. Bovendien weinig effectief voor KRW. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht niet
SGBP1 2009-2015 Toepassen ecologisch onderhoud oevers hoofdwateren - fase 1 Een gebiedsbrede maatregel in alle waterlichamen Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2009-2015
SGBP1 2009-2015 Aanleggen natuurvriendelijke oevers - fase 1 Het betreft de aanleg van natuurvriendelijke oeverlas langs sloten in het agrarisch gebied ten noordwesten van de Spiegelplas Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2009-2015
esficon SGBP2 2015-2021 Onderzoek vispasseerbaar maken sluizen, gemalen en stuwen De maatregel houdt in dat AGV gaat onderzoeken wat de meest kosteneffectieve manier is om de vismigratiebarriere tussen de Vecht en de Spiegelplas op te heffen (het gemaal visvriendelijk te maken en/of extra schutten bij de Zanderijsluis in periodes dat vis wil trekken er er weinig vaarverkeer is). De uitvoeringstermijn hangt af van een gebiedsbrede prioritering voor het oplossen van vismigratieknelpunten, die nog plaats moet vinden. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2015-2021
SGBP2 2015-2021 Vispasseerbaar maken van sluizen, gemalen en stuwen - fase 2 Het gaat om het passeerbaar maken van stuw de Googh tussen Stichts Ankeveen en de Spiegelplas en om een onderzoek bij gemaal Spiegelplas. Dit zijn eigenlijk twee afzonderlijke maatregelen. Het onderzoek bij gemaal Spiegelplas en de suizen wijst uit dat de schade bij gemaal Spiegelplas fors is. De schade betreft ook flink wat aal (die we nu opvangen met fuiken voor het gemaal).
Aan de zuidoostkant van de Spiegelplas (bij De Googh) is een De Wit vispassage gepland naast de stuw (en het opvoergemaal tussen Spiegelplas en Stichts Ankeveense Plassen. Hiermee wordt 2-zijdige vispassage mogelijk. Maar er is twijfel over de risico`s van deze passage vanwege de grote hoeveelheid water, 10 keer zoveel als gemiddelde hoeveelheid inlaatdebiet van de Spiegelplas, die wordt rondgepompt en de eigenschap van water (en fosfor) om op te mengen. Het water in de Stichts Ankeveense plassen is voedselrijker dan de Spiegelplas. Bovendien is niet duidelijk welk doel de intrekvoorziening precies dient (voor het halen van de KRW doelstelling is dit niet nodig). Voor een nadere toelichting zie facstsheet voor Stichts Ankeveen.
Waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2015-2021
esficon SGBP3 2021-2027 Effecten van de toegenomen graasdruk door grauwe ganzen verminderen, mitigeren en/of compenseren Een maatregel in alle waterlichamen waar een sterke graasdruk van ganzen op de emerse vegetatie bestaat. Door ganzenbeheer krijgen rietoevers meer kans om te herstellen (KRW-doel); dit is ook belangrijk voor de instandhouding van leefgebied voor moerasvogels (Natura2000-doel). Deze maatregel wordt opgenomen in het fauna/ganzenbeheerplan van de Faunabeheereenheid (FBE) en uitgevoerd door wildbeheereenheden en terreinbeheerders. Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen 2021-2027

Disclaimer: SGBP3 maatregelen zijn nog niet bestuurlijk vastgesteld en kunnen nog worden gewijzigd.

Toelichting en onderbouwing ESF-en, monitoring en begrenzing

Motivering KRW status en herbegrenzing

Geen herbegrenzing nodig.

Monitoringswensen

In dit waterlichaam wordt de vegetatie 1 keer per 3 jaar gemeten. Macrofauna wordt niet gemeten, voor de KRW worden resultaten uit een ander waterlichaam getoond in formele rapportages (niet in deze factsheet). Fytoplankton wordt 1 keer per 6 jaar gemeten. Vis wordt 1 x per 6 jaar gemeten. Daarnaast worden maandelijks verschillende fysisch chemische parameters gemeten in het waterlichaam en het inlaatwater van het waterlichaam.

Indicatoren ESF

ESF 1: Productiviteit

Fosforbelasting per bron (bar) en kritische belasting (rode stip is berekend met PCDitch, roze stip met PCLake).

Fosforbelasting per bron (bar) en kritische belasting (rode stip is berekend met PCDitch, roze stip met PCLake).

ESF 2 en 4: Lichtklimaat en waterdiepte

Lichtklimaat in plassen obv extinctie tussen 2010 en 2019 of Waterdiepte in sloten.

Lichtklimaat in plassen obv extinctie tussen 2010 en 2019 of Waterdiepte in sloten.

Lichtklimaat in plassen obv extinctie tussen 2010 en 2019 of Waterdiepte in sloten.

Lichtklimaat in plassen obv extinctie tussen 2010 en 2019 of Waterdiepte in sloten.

ESF 1 en 3: Waterbodem

Nalevering en voedselrijkdom waterbodem.

Nalevering en voedselrijkdom waterbodem.

Brondata: water- en stoffenbalansen

Brondata: Monitoringsresultaten uit meetprogramma`s fysisch-chemie en hydrobiologie

Brondata: Monitoringsresultaten uit meetprogramma waterbodemchemie

EKR scores op alle deelmaatlatten in de tijd

Begrippenlijst en afkortingen

Waterlichaam De waterlichamen vormen de basisrapportageeenheden van de KRW. Op basis van artikel 5 KRW zijn in 2004 Nederlandse oppervlaktewateren aangewezen als KRW-waterlichamen: natuurlijk, kunstmatig2 of sterk veranderd. Een oppervlaktewaterlichaam kan als kunstmatig of sterk veranderd worden aangewezen vanwege ingrepen in de hydromorfologie (art. 4 lid 3 KRW), die het bereiken van de Goede Ecologische Toe-stand verhinderen. In Nederland zijn vrijwel alle waterlichamen kunstmatig of sterk veranderd.

Emerse waterplanten Emerse waterplanten steken gedeeltelijk boven het wateroppervlak uit en wortelen in de (water)bodem.

Helofyten De moerasplanten of helofyten kan men vinden in vochtige gebieden, oevers, tijdelijke wateren en overstromingsgebieden. Typerend voor vele moerasplanten is dat ze zich hebben aangepast aan een droge periode (zoals het uitdrogen van een rivierbedding) en een periode van gedeeltelijke of volledige onderdompeling. Voor sommige soorten is deze afwisseling noodzakelijk voor het bestaan. Terwijl de ‘echte’ waterplanten niet in de bodem wortelen en vaak onder water kunnen leven (met uitzondering van de bloeiwijzen), wortelen de helofyten of moerasplanten in de bodem en steken gewoonlijk boven de wateroppervlakte uit.

Submerse waterplanten De term submers (ondergedoken) wordt gebruikt voor waterplanten die geheel onder water groeien. Alleen de bloeiwijze kan bij sommige soorten boven het water uitsteken.

Hydrofyten De ‘echte waterplanten’ of hydrofyten komen voor in stilstaande of traag stromende permanente meren of rivieren. Deze planten zijn aangepast aan een submers leven. Indien het biotoop uitdroogt wordt het voortbestaan van deze planten bedreigd. De wortels dienen tot verankering van de plant. De stengels kunnen tot tien meter lang worden en zijn soepel en buigbaar. De drijvende bladeren kunnen hierdoor aanpassen aan de waterstand, waardoor de lichtopname niet in het gedrang komt. Andere soorten drijven, onafhankelijk van de bodem, net onder of boven het wateroppervlak. Er bestaan dus hydrofyten met zowel een submerse als emerse groeivorm. In beide gevallen zullen de voedingstoffen hoofdzakelijk via het blad opgenomen worden.

GAF Een afvoergebied of een cluster van peilgebieden met als gemeenschappelijk kenmerk dat ze via een gemeenschappelijk punt hun water lozen op een hoofdsysteem.

EAG Ecologische analysegebieden zijn nieuwe opdelingen van de bestaande af- en aanvoergebieden (GAF’s), meestal (delen van) polders. De opdeling in EAG’s is gemaakt op basis van een aantal kenmerken zoals vorm, verblijftijd, waterdiepte, strijklengte, de aanwezigheid van kwel of wegzijging en de afvoerrichting van het water. Een EAG valt altijd volledig binnen een afvoergebied. Af-en aanvoergebieden, maar ook KRW-waterlichamen, zijn dus opgebouwd uit één of meer EAG’s.

KRW Kaderrichtlijn water

N2000 Natura 2000 De verzameling van Nederlandse natuurgebieden die in Europees verband een beschermde status genieten (Vogel- en habitatrichtlijngebieden).

EKR Ecologische kwaliteitratio, een getal tussen 0 en 1 waarmee de kwaliteit van een ecologische parameter wordt aangegeven. 0 is zeer slecht, 1 is zeer goed. De grens voor het GEP wordt gewoonlijk bij een EKR van 0,6 gelegd.

Biologisch kwaliteitselement Een ecologische groep de waarmee de situatie van het waterlichaam wordt beoordeeld. Gebruikt worden: fytoplankton en diatomeeën (algen), waterplanten, macrofauna (waterdieren) en vissen.

Maatlat Een schaal die gebruikt wordt om de situatie van een ecologische parameter te beoordelen. De uitkomst is een EKR.

Deelmaatlat Voor elk biologisch kwaliteitselement zijn één of meerdere deelmaatlattenonderscheiden op basis van de soortsamenstelling en de (relatieve) aanwezigheidvan soorten, en voor vis de leeftijdsopbouw. De uitkomst is een EKR.

Indicator Een verder opdeling van biologische deelmaatlatten. De uitkomst is in een aantal gevallen een EKR.

GEP of KRW doel De KRW heeft voor natuurlijke waterlichamen als doel dat een goede toestand (zowel ecologisch als che-misch) moet worden gehaald (GET). Voor de kunstmatig of sterk veranderde oppervlaktewaterlichamen moet een goed ecologisch potentieel (GEP) en een goede chemische toestand worden bereikt. Het GEP voor rijkswateren wordt afgeleid door Rijkswaterstaat namens de Ministers van Infrastructuur en Waterstaat, Economische Zaken en Klimaat (en mogelijk Landbouw, Visserij en Voedselveiligheid) en gepresenteerd in het Beheerplan rijkswateren (BPRW, vastgesteld door de ministers). De provincies zijn verantwoordelijk voor het afleiden van het GEP voor regionale wateren. Dit gebeurt in regionale waterplannen. Hoewel de provincie formeel het GEP moet vaststellen in het regionaal waterplan, levert het waterschap vanwege de kennis over watersystemen meestal het GEP aan, als beheerder van het regionaal oppervlaktewaterlichaam. Beide kunnen hierbij de Handreiking KRW-doelen volgen. De KRW biedt uitzonderingsmogelijkheden waarbij het doel later (doelvertraging) of niet (minder streng doel) gehaald hoeft te worden. Alleen in het laatste geval is het GEP niet meer het doel. In deze handreiking is het GEP-synoniem voor het doel, tenzij anders aangegeven. In hoofdstuk 3 en 4 wordt het afleiden van de doelen technisch beschreven.

SGBP Naast het definiëren van waterlichamen en doelen schrijft de KRW voor dat er stroomgebiedbeheerplan-nen (SGBP) worden opgesteld (art. 13 KRW). De bouwstenen van de stroomgebiedbeheerplannen staan in de waterplannen van het Rijk en de provincies en in de beheerplannen van de waterbeheerders. De SGBP’s geven een overzicht van de toestand, de problemen, de doelen en de maatregelen voor het verbeteren van de waterkwaliteit voor de inliggende waterlichamen. Nederland kent vier stroomgebieden: Rijn, Maas, Schelde, en Eems. De beheerplannen voor de stroomgebie-den worden iedere zes jaar geactualiseerd. Volgens bijlage VII van de KRW bevatten de SGBP’s onder andere:de beschrijving van de kenmerken van het stroomgebieddistrict;de ligging, begrenzing en typering van waterlichamen (voor sterk veranderd en kunstmatig inclusief een motivering); de huidige toestand op basis van de resultaten van de monitoring over de afgelopen periode;de doelen voor waterlichamen en een eventueel beroep op uitzonderingsmogelijkheden inclusief motivering; een samenvatting van de te nemen maatregelen om de doelen te bereiken.

Watersysteemanalyse Om goede keuzes te maken voor doelen en maatregelen is het essentieel te weten hoe een waterlichaam werkt. De systeemanalyse heeft als doel inzicht te verschaffen in het systeemfunctioneren, wat via verschillende methoden bereikt kan worden. Dit vormt het vertrekpunt voor het antwoord op de vraag hoe (met welke maatregelen) kan worden gekomen tot een betere toestand. Zonder goed inzicht in het systeem-functioneren is het risico groot dat niet de juiste maatregelen in beeld zijn, of dat maatregelen uiteindelijk niet opleveren wat ervan wordt verwacht.